Mr. Spithoff licht toe: doorbraak in gasdossier

 

Afgelopen vrijdag deed de Hoge Raad (de hoogste rechter in Nederland) uitspraak in het Groninger Gasdossier. De uitspraak zag op de beantwoording van prejudiciële vragen over bepaalde knelpunten in het dossier. Wat zijn prejudiciële vragen?  Hoe belangrijk is deze uitspraak? Even een korte toelichting.

 

Prejudiciële vragen zijn vragen die een lagere rechter (een rechtbank/ gerechtshof) aan de hoogste rechter (de Hoge Raad) kan stellen om een uitleg te verkrijgen van het recht/ de wet. Deze vragen zien dus op zogenoemde rechtsvragen en dus niet op de feiten van een concrete zaak. Deze prejudiciële vragen worden vaak gesteld als er veel soortgelijke zaken zijn en het dus een maatschappelijk belang dient als er duidelijkheid op het gebied komt. Aangezien de lagere rechter de vragen direct aan de hoogste rechter stelt,  wordt een ellenlange procedure voorkomen.

 

 

 

In het Groninger Gasdossier heeft de Rechtbank dus ook besloten zulke vragen te stellen aan de Hoge Raad. Mr. Spithoff werd door Dagblad van het Noorden gevraagd toelichting te geven op het arrest, want ‘Hoe belangrijk is deze uitspraak eigenlijk’? (Hier treft u het artikel aan)

Het antwoord: de uitspraak is heel belangrijk! De lagere rechters dienen zich namelijk te houden aan de uitspraak van de Hoge Raad. Natuurlijk moet het toegepast worden op een concrete zaak, maar de belangrijkste uitgangspunten staan nu vast. Welke dat zijn? Hieronder een kort overzicht:

 

  • niet alleen NAM, maar ook de staatsdeelneming EBN is risicoaansprakelijk voor de gevolgen van de door gaswinning veroorzaakte bodembeweging;
  • de Staat had in ieder geval vanaf 1 januari 2005 op de hoogte moeten zijn van de reële kans op ernstige schade door aardbevingen als gevolg van gaswinning. Indien de Staat heeft nagelaten vanaf die datum tijdige en passende maatregelen te nemen, is de Staat medeaansprakelijk;
  • aan woningen en andere gebouwen boven het Groningerveld kan niet de eis worden gesteld dat zij zonder schade een aardbeving doorstaan. Dus indien er schade door een aardbeving is ontstaan, kan de toe te kennen schadevergoeding niet worden verminderd om de enkele reden dat die woning aardbevingen niet zonder schade kan doorstaan;
  • waardedaling van een woning boven het Groningenveld komt voor vergoeding in aanmerking bij verkoop van de woning. Indien voldoende zeker is dat er ten minste een bepaald bedrag aan waardeverlies is geleden, dan kan de Rechtbank dat wel als voorschot toekennen;
  • als iemand woongenot is misgelopen dan kan die vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen;
  • Immateriële schadevergoeding (smartengeld) is mogelijk als de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen of als er sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld;
  • het bewijsvermoeden (dat – kort gezegd – schade is ontstaan door de gaswinning) is pas ontzenuwd als de NAM/ EBN bewijst dat de schade door een andere oorzaak is veroorzaakt. Twijfel zaaien is onvoldoende.

 

Verder zijn er nog wat juridische vragen beantwoord, maar dat reikt wat te ver om daar in dit artikel op in te gaan. De uitspraak van de Hoge Raad treft u hier aan. Mocht u nog vragen hebben: neem gerust contact op!